Opschorting van de verplichting om faillissement aan te vragen bij een te hoge schuldenlast, negatief vermogen of betalingsovermacht

Verlenging tot het eind van het jaar (31-12-2020)

Opschorting van de verplichting om faillissement aan te vragen bij een te hoge schuldenlast, negatief vermogen of betalingsovermacht

De regeling tot opschorting van de verplichting van het bestuur van een GmbH of GmbH & Co. KG om faillissement aan te vragen wanneer de onderneming in een toestand van insolventie verkeert en/of een te hoge schuldenlast heeft, die gold tot 30-09-2020, is voor ondernemingen met een te hoge schuldenlast verlengd tot het eind van het jaar (Gesetz zur Verlängerung des COVID-19-Insolvenzaussetzungsgesetzes van 25-09-2020, BGBl 2020 I S. 2016).

Verkeert een onderneming echter in een toestand van insolventie, dan geldt weer de verplichting om het faillissement aan te vragen.

Bij de beoordeling van de vraag of het bestuur van een vennootschap met ingang van 01-10-2020 verplicht is het faillissement aan te vragen, komt het er in eerste instantie op aan of de onderneming al in een toestand van insolventie verkeert of dat er alleen sprake is van een te hoge schuldenlast.

De opschorting van de verplichting om faillissement aan te vragen zal in de komende maanden waarschijnlijk tot een golf aan faillissementen leiden. De wetgever heeft hiermee ook de verdere beschermingsmechanismen buiten werking gesteld, die de bestuurders van een GmbH onder normale omstandigheden verplichten om rekening te houden met de nakoming van de door “hun” vennootschap aangegane verplichtingen. Dat deze bescherming ontbreekt, zullen veel schuldeisers pas achteraf vaststellen.

Op dit moment zijn veel vragen nog onbeantwoord. Het enige wat redelijk zeker lijkt, is dat wanneer aan het eind van 2019 een verplichting bestond om faillissement aan te vragen, bestuurders zonder meer aansprakelijk zijn. Dit is wanneer de toestand van insolventie in januari of februari 2020 ontstond nauwelijks anders als het bestuur niet nog in deze periode herstructureringsmaatregelen heeft genomen die kans op herstel bieden, omdat de verplichting om faillissement aan te vragen in beginsel nog bestond.

Is de toestand van insolventie feitelijk pas ontstaan na 29-02-2020 en de oorzaak daarvan gelegen in de Corona-pandemie, dan komt het er in geval van insolventie op aan, dat er überhaupt maatregelen zijn genomen om deze toestand te overwinnen, tenzij deze van het begin af aan geen kans op herstel boden. Bij alleen een te hoge schuldenlast bestond een dergelijke verplichting tot handelen blijkbaar niet. Hadden de herstructureringsmaatregelen niet uiterlijk eind september effect gehad, waren bestuurders met ingang van 01-10-2020 onverwijld verplicht om faillissement aan te vragen, waarschijnlijk mocht er niet (nog eens) drie weken worden gewacht voordat het faillissement moest worden aangevraagd

Is er ten slotte op 31-12-2020 alleen sprake van een te hoge schuldenlast, zonder dat er al sprake is van insolvabiliteit, bestaat er waarschijnlijk (nog) geen verplichting om direct het faillissement aan te vragen; de schuldenaar heeft dan nog maximaal drie weken de tijd om deugdelijke herstructureringsmaatregelen te nemen.

 

Heeft u vragen over het faillissementsrecht? Neemt u dan contact op met Lars Wemmers, Rechtsanwalt.

 

 

#faillissement #insolventie #schulden #corona #covid_19 #insolvabiliteit #insolvenzrecht #überschuldung #betalingsonmacht #bedrijfssanering

  • gepubliceerd : vrijdag, 13 november 2020