Wat je in Duitsland wel en niet mag zeggen over je concurrent

Ook uitlatingen die op feiten berusten zijn enkel beperkt geoorloofd

Wat je in Duitsland wel en niet mag zeggen over je concurrent

Ook uitspraken over een concurrent die gebaseerd zijn op feiten - maar die zijn bedrijf wel schade kunnen toebrengen - zijn enkel beperkt toelaatbaar. Dit werd nogmaals benadrukt door het Landgericht Hamburg in een recente uitspraak van 09-07-2019.

Wat was er gebeurd?

Een aanbieder van een keurmerk voor bio-mineraalwater had over zijn concurrent onder andere beweerd dat zijn keurmerk een schijn-bio-keurmerk is. De concurrent spande succesvol een rechtszaak aan tegen deze aanbieder. De aanbieder moest stoppen met de uitlatingen, schadevergoeding betalen, informatie verschaffen omtrent de omvang van de uitlatingen en de sommatiekosten vergoeden.

Juridische achtergrond

De toelaatbaarheid van schadelijke uitlatingen over concurrenten wordt geregeld door het Gesetz gegen den unlauteren Wettbewerb (wet tegen oneerlijke concurrentie). Volgens deze wet zijn enerzijds feitelijke beweringen ontoelaatbaar die niet aantoonbaar waar zijn. De bewijslast ten aanzien van de waarheid ligt bij de persoon die de uitlatingen heeft gedaan. Anderzijds zijn verklaringen die een bedrijf schade toebrengen ook ontoelaatbaar als ze de concurrent of zijn product in diskrediet brengen. Het bijzondere hier is dat de concurrent niet alleen in diskrediet gebracht kan worden door waardeoordelen of onjuiste feitelijke beweringen, maar ook door beweringen die op feiten berusten.

Volgens de Duitse rechtspraak zijn “ware” beweringen die schadelijk zijn voor een concurrent enkel toegestaan, indien het handelsverkeer een gerechtvaardigd belang heeft bij deze informatie. Bovendien moet degene die de uitlatingen doet voldoende aanleiding hebben om de verklaring te associëren met zijn eigen concurrentie. Ten slotte moet voor een formulering worden gekozen die zo objectief en terughoudend mogelijk is.

“Schijn” doet denken aan misleiding en bedrog

Het Landgericht Hamburg vond dat aan deze eisen niet was voldaan bij de aanduiding “schijnkeurmerk”. Zelfs indien de kwaliteitskeurmerk van de eiser daadwerkelijk niet aan de voorwaarden van een biokwaliteit zou hebben voldaan, is het gebruik van het woord “schijn” ontoelaatbaar. Het doet namelijk denken aan misleiding en bedrog. De aanbieder had voor een terughoudendere formulering moeten kiezen.  

Voorzichtigheid bij uitlatingen over concurrenten

Uit het vonnis blijkt eens te meer dat bedrijven uiterst terughoudend moeten zijn bij publieke uitlatingen over een concurrent. Dit geldt ook wanneer zij van opvatting zijn dat de uitlatingen juist zijn. Heeft u vragen over de toelaatbaarheid van uw uitlatingen over een concurrent? Neem dan contact op met Heinz-Jozef Klönne of Stephan van Dülmen.

 

  • gepubliceerd : maandag, 09 september 2019