Oorspronkelijk arbitragebeding geldt ook voor latere contractwijzigingen

Uitspraak Bundesgerichtshof illustreert hoe zorgvuldig partijen moeten zijn bij het opstellen van aanvullende overeenkomsten bij contracten die een arbitrageclausule bevatten

Oorspronkelijk arbitragebeding geldt ook voor latere contractwijzigingen

In de bouwsector is het belangrijk dat men duidelijke afspraken met elkaar maakt en voorkomt dat partijen bij onenigheid jarenlang procederen.

Het kan echter voorkomen dat partijen op een later moment wijzigingen aan hun overeenkomst noodzakelijk achten. Het is in een dergelijk geval zeer belangrijk om een arbitragebeding en latere wijzigingen van de overeenkomst duidelijk te formuleren, zodat partijen daar later niet over twisten. In een recent geval leidde zo´n arbitragebeding na wijziging van de overeenkomst tot discussie en uiteindelijk tot een rechtszaak. Wat was er aan de hand?

Partijen hadden een koopovereenkomst van aandelen notarieel vast laten leggen. De koopovereenkomst bevatte een regeling over milestone payment. In de overeenkomst was daarnaast een arbitragebeding opgenomen, waarin stond dat alle meningsverschillen die uit de overeenkomst ontstaan of daarmee samenhangen zullen worden voorgelegd aan de arbiter.

Onderhandse acties 

De contractspartijen hadden door middel van onderhandse aktes enkele bepalingen aan de overeenkomst toegevoegd. De eerste toevoeging was een bepaling die tekstueel overeenkwam met het oorspronkelijke arbitragebeding, waarbij enkel het woord ‘overeenkomst’ door ‘amendement’ was vervangen. Met een tweede toevoeging hadden partijen de termijnen voor de vervulling van de milestone payment verlengd. De tweede toevoeging bevatte dezelfde arbitragebepaling als in de eerste toevoeging.

Op een gegeven moment was de verkoper van mening dat hij een vordering op de verkoper had op grond van de milestone-payment-bepaling. De koper wees echter het bestaan van de vordering van de verkoper af. De koper stelde zich daarnaast op het standpunt dat het (oorspronkelijke) arbitragebeding in de notarieel vastgelegde overeenkomst niet op latere wijzigingen of toevoegingen van de overeenkomst zou zien.

De koper stapte naar het Oberlandesgericht (hierna: OLG) en verzocht de rechter te verklaren dat de vordering van de verkoper niet onder het arbitragebeding viel. Het OLG wees dit verzoek van de koper af. Volgens het OLG viel de vordering van de verkoper juist wel onder het arbitragebeding van de oorspronkelijke overeenkomst.

Aanvullen, maar niet wezenlijk veranderen

De zaak kwam uiteindelijk bij het Bundesgerichthof (hierna: BGH) terecht. Het BGH bekrachtigde de uitspraak van het OLG. Volgens het BGH ziet een in de oorspronkelijke overeenkomst opgenomen arbitragebeding ook op geschillen die voortvloeien uit latere wijzigingen van de overeenkomst. Dit geldt volgens het BGH enkel voor wijzigingen die de oorspronkelijke overeenkomst aanvullen of wijzigen, maar niet wezenlijk veranderen.

Volgens het BGH hadden partijen bovendien een ruime werking van het arbitragebeding voor ogen, omdat een later toegevoegde bepaling uitdrukkelijk bepaalde dat alle andere bepalingen van de oorspronkelijk overeenkomst onaangetast bleven. 

Deze uitspraak illustreert eens te meer hoe zorgvuldig partijen moeten zijn bij het opstellen van aanvullende overeenkomsten bij contracten die een arbitrageclausule bevatten.

Heeft u vragen over geschillen en arbitrage in de Duitse bouwsector, neem dan contact op met Udo Croonenbrock.

  • gepubliceerd : vrijdag, 07 juni 2019