Dwingende wettelijke regelgeving m.b.t. honorarium architecten en ingenieurs in strijd met Europees recht

Vergoedingsregeling HOAI is niet meer geldig

Dwingende wettelijke regelgeving m.b.t. honorarium architecten en ingenieurs in strijd met Europees recht

Na de uitspraak van het Hof van Justitie (Europese Unie) zullen architecten en opdrachtgevers toekomstig over de te betalen tarieven moeten onderhandelen.

In Duitsland is al jarenlang de beloning van architecten en ingenieurs in de zogenaamde Honorarordnung für Architekten und Ingenieure, afgekort HOAI, dwingend geregeld ten aanzien van hun planningsdiensten. In deze verordening worden de tarieven voor architecten en ingenieurs bepaald aan de hand van omvangrijke tabellen. Afhankelijk van de vooraf geschatte bouwkosten en de moeilijkheidsgraad van het bouwproject, is een architect of ingenieur gebonden aan voorgeschreven minimum- en maximumtarieven die hij in rekening mag brengen bij zijn opdrachtgever. De werkzaamheden van een architect of ingenieur laten zich volgens de HOAI onderverdelen in negen bouwfases. Bij de afronding van iedere bouwfase krijgt een architect of ingenieur een bepaald percentage honorarium toegekend.

Beslissing Hof van Justitie

De Duitse HOAI-vergoedingsregels waren al langer omstreden. Volgens de Europese Commissie leiden de HOAI-vergoedingsregels tot oneerlijke concurrentie. De HOAI zou voor buitenlandse dienstverleners, die zich ook in Duitsland willen vestigen, belemmerend zijn. Ze zouden hinder ondervinden bij het werven van Duitse opdrachtgevers, omdat ze hun diensten niet tegen een lagere of hogere prijs kunnen aanbieden dan het voorgeschreven minimum en maximum.  

De Europese Commissie besloot derhalve Duitsland voor de Europese rechter te dagen. Het Hof van Justitie gaf de Europese Commissie gelijk door te oordelen dat de vaste voorgeschreven vergoedingen in de HOAI onevenredig zijn en daarmee in strijd zijn met het Europese vestigingsrecht. Volgens de EU-dienstenrichtlijn mogen minimum- en maximumtarieven enkel worden voorgeschreven wanneer ze non-discriminatoir, noodzakelijk en evenredig zijn, aldus het Hof van Justitie.    

Hoewel de Europese rechters wel inzien dat voorgeschreven minimum- en maximumtarieven een desastreuse prijsconcurrentie kunnen voorkomen, vinden ze dat het systeem van de HOAI niet logisch is. In Duitsland zijn architecten en ingenieurs niet de enigen die gebouwen mogen ontwerpen. Ook andere dienstverleners, zoals Bauträger en Generalplaner, mogen in Duitsland gebouwen ontwerpen, zonder dat zij hun vakkundigheid hoeven te bewijzen. Voor deze dienstverleners geldt de HOAI niet. Derhalve zijn minimum- en maximumtarieven ongeschikt, om o.a. kwaliteitsdoelstellingen te bereiken en consumenten te beschermen, zoals Duitsland beweerde.

Duitsland moet nu derhalve met nieuwe, EU-conforme vergoedingsregels komen, omdat de huidige vergoedingsregels ongeldig zijn. De verwachting is dat het merendeel van de bepalingen van de HOAI onveranderd zullen blijven, omdat die niet zien op de vergoeding.

Gevolgen voor huidige overeenkomsten en geschillen

Bestaande overeenkomsten die verwijzen naar de HOAI zijn rechtsgeldig. Ook bestaat er geen noodzaak om bestaande overeenkomsten te wijzigingen, omdat partijen door de verwijzing naar de HAOI een toegestane prijsberekeningsmethode zijn overeengekomen.

Bij eventuele gerechtelijke geschillen heeft de uitspraak van het Hof van Justitie echter wel directe werking. Voor rechtsprekende instanties kunnen architecten of ingenieurs geen beroep meer doen op de vergoedingsregels van de HOAI, indien in de overeenkomst met de opdrachtgever een lager tarief is overeengekomen. Afgesproken tarieven onder het voorgeschreven HOAI-minimumtarief (of boven het HOAI-maximumtarief) zijn vanaf heden rechtsgeldig.

Toekomstige overeenkomsten en publiekrechtelijke opdrachtgevers

Ook in de toekomst is het mogelijk om HOAI-tarieven overeen te komen. De privaatautonomie laat toe dat partijen in de overeenkomst een verwijzing naar de HOAI-prijsberekenmethode opnemen. Echter zal het zich in de praktijk vaak voordoen dat partijen gebruik zullen maken van de nieuw gecreëerde speelruimte om zelf een (vast) tarief overeen te komen. De HOAI liet dit al toe bij omvangrijke bouwprojecten die meer dan 25 miljoen euro bedroegen.

In de praktijk betekent dit ook dat publiekrechtelijke opdrachtgevers bij aanbestedingsprocedures partijen niet meer mogen weigeren, indien zij een aanbod doen onder het voorgeschreven minimumtarief.    

Het is kortom nog afwachten wat de Duitse wetgever gaat doen en hoe de praktijk hiermee zal omgaan.

Heeft u vragen over de HOAI of over uw bestaande overeenkomst? Neem dan contact op met Udo Croonenbrock.

 

 

  • gepubliceerd : dinsdag, 09 juli 2019