Vakantiedagen zomaar naar beneden afronden is niet toegestaan

Volgens een uitspraak door het Bundesarbeitsgericht mogen werkgevers vakantieaanspraken van hun medewerkers niet zonder uitdrukkelijke contractuele regeling afronden

Vakantiedagen zomaar naar beneden afronden is niet toegestaan

Werkgevers mogen vakantieaanspraken van hun medewerkers niet zomaar afronden zonder desbetreffende contractuele regeling. 

Aldus een recentelijke uitspraak door het Bundesarbeitsgericht, dat in het kader hiervan vaststelde dat het een werkgever zonder een expliciete regeling niet is geoorloofd, zelfs kleinere gedeeltes van vakantiedagen ten nadele van de werknemer af te ronden. Volgens de rechters is van een aldus luidende mogelijkheid ook in de desbetreffende wet, die het minimum aantal vakantiedagen regelt, geen sprake. 

In het geval in kwestie ruzieden de werkgever en de werkneemster, die in ploegendienst bij de passagierscontrole op een Duitse luchthaven werkzaam was, om 0,15 dagen verlof. Op het dienstverband van de medewerkster was een cao van toepassing die na vijf jaar in vaste dienst bij het bedrijf en een vijfdaagse werkweek aanspraak op jaarlijks 30 dagen vakantie betekende, dus 10 dagen meer dan het minimum aantal dagen volgens de regeling in het Bundesurlaubsgesetz. Bovendien was in deze cao geregeld dat medewerkers in ploegendienst, die niet altijd met de regelmaat van de klok een vijfdaagse werkweek hebben, volgens een rekenformule over een bepaald aantal dagen vakantie per jaar kunnen beschikken.

Specifieke rechtsgrondslag

Volgens deze formule had de betrokken werkneemster in het jaar 2016 recht op 28,15 dagen. Voor het gemak rondde de werkgever haar vakantieaanspraken naar beneden af op 28 dagen. Aangezien de resterende 0,15 dagen eind maart 2017 vanwege desbetreffende wettelijke regelingen uiteindelijk kwamen te vervallen, eiste de medewerkster in het kader van een procedure voor het Arbeidsgericht de toekenning van schadevergoeding ter hoogte van 0,15 dagen verlof.

En werd recentelijk door de hoogste instantie, het Bundesarbeitsgericht, in het gelijk gesteld. Weliswaar is in het Bundesurlaubsgesetz bepaald dat kleinere gedeeltes van vakantiedagen, die bij elkaar opgeteld een halve dag uitmaken, naar boven afgerond dienen te worden. Over een tegengestelde afronding naar beneden, dus ten nadele van de werknemer, is daarentegen geen sprake in de wet. Zonder een uitdrukkelijke afrondingsvoorschrift komt een afronding van delen van vakantiedagen niet in aanmerking, aldus de rechters. Noch in het Bundesurlaubsgesetz, noch in de cao voor beveiligingsmedewerkers op passagierluchthavens wordt gewag gemaakt van zo’n regeling. Het Bundesarbeitsgericht wees derhalve de poging van de werkgever, de desbetreffende cao voor het gemak op eigen wijze te interpreteren, nadrukkelijk af. De “praktische overwegingen” van de werkgever zijn volgens de rechtbank in deze kwestie niet maatgevend.

Door de uitspraak van het Bundesarbeitsgericht wordt duidelijk dat zowel voor het naar boven als het naar beneden afronden van vakantieaanspraken een specifieke rechtsgrondslag moet bestaan, vastgehouden ofwel in de wet of in de cao. In zoverre het wettelijke minimum aantal vakantiedagen in het geding is, kunnen in arbeidsovereenkomsten uitsluitend ten gunste van de werknemer van de wet afwijkende zaken worden geregeld.

Heeft u vragen over arbeidsrecht in Duitsland, neem dan contact op met Gisela Surmann, Anja Romijnders of Torsten Viebahn.

 

 

  • gepubliceerd : dinsdag, 13 november 2018