Een mankement is niet per definitie synoniem aan schade

Schadevergoeding eisen voor het verhelpen van een mankement, maar het herstel dan niet laten uitvoeren – dat gaat voortaan niet meer lukken, aldus de Bundesgerichtshof

Een mankement is niet per definitie synoniem aan schade

Een bouwproject vertoont gebreken, maar de opdrachtgever ziet ervan af ze te laten verhelpen. In zulke gevallen konden opdrachtgevers tot voor kort schadevergoeding ter hoogte van de fictieve reparatiekosten vragen. Echter, door een recentelijke principiële uitspraak heeft de Bundesgerichtshof hier een stokje voor gestoken. Vanaf heden geldt voor aannemingsovereenkomsten die sinds het jaar 2002 zijn afgesloten, de volgende stelling: wie een mankement niet laat verhelpen, loopt ook geen financiële schade ter hoogte van kosten voor daadwerkelijke herstelwerkzaamheden op. Fictieve herstelkosten te vragen is derhalve verboden.

Achtergrond van de kwestie was een procedure bij het Oberlandesgericht Düsseldorf. Een opdrachtnemer heeft in het kader van de bouw van een woonhuis buitenom natuursteen verbouwd. In de garantieperiode vertonen de stenen tegels scheuren, ablaties alsmede kalk- en zoutstrepen. Aangezien de ondernemer op de sommatie van de opdrachtgever, het euvel te verhelpen, niet reageert, eist deze van de opdrachtnemer schadevergoeding voor de schade die door het gebrek is ontstaan. De hoogte van deze vordering bepaalt de opdrachtgever met behulp van een berekening van de kosten die door een reparatie zouden ontstaan.

Fictieve schadeberekening is passé

Volgens de voorheen geldige rechtspraak kon een opdrachtgever bij contracten tot 2002 zijn schadevordering overeenkomstig de kosten berekenen die voor de reparatie van mankementen noodzakelijk zouden zijn. Maar deze interpretatie is met de uitspraak van de Bundesgerichtshof geschiedenis. Een opdrachtgever die geen kosten maakt voor het verhelpen van een mankement, deze in tegendeel enkel fictief berekent, ondergaat volgens de rechters van de Bundesgerichtshof nu eenmaal geen financiële schade. Pas als hij het gebrek laat repareren en de factuur in kwestie betaalt, ondergaat hij financiële schade. Een fictieve schadeberekening kan volgens de gewijzigde opvatting van de Bundesgerichtshof niet mehr worden onderbouwd met het argument, dat het gebrek zelf de financiële schade vormt ter hoogte van de fictieve herstelkosten. Het gebrek, aldus de rechter, is allereerst slechts een gebrekkige prestatie, gezien het maaksel van mindere kwaliteit is dan de contractueel overeengekomen verschuldigde prestatie.

Heeft u vragen over aannemingsovereenkomsten in Duitsland, neem dan contact op met Udo Croonenbrock.

 

  • gepubliceerd : maandag, 09 juli 2018