Controleverplichting bij levering. Waar ligt de grens?

Een verkoper is niet aansprakelijk voor gebreken die de koper had kunnen zien.

Controleverplichting bij levering. Waar ligt de grens?

Maar de klant in de Algemene Voorwaarden tot alomvattend onafhankelijk onderzoek te verplichten ziet de Bundesgerichtshof in een recentelijk vonnis als onbillijke benadeling van de koper

Ondernemers controleren in alle regel de hun geleverde spullen bij ontvangst. En het is niet bepaald prettig als achteraf blijkt dat de gekochte zaak niet helemaal of wellicht helemaal niet aan de verwachtingen voldoet.

 

Soms gaat het om een klein, maar soms ook om een aanzienlijk mankement, in sommigen gevallen was het gebrek niet meteen zichtbaar.Kopers zijn in zekere mate tot controle verplicht. De verkoper is namelijk in het algemeen niet aansprakelijk voor gebreken die de koper had kunnen zien.

De meeste gebreken zijn bij aankoop eenvoudig te constateren, sommigen echter niet. En als dan de aansprakelijkheid voor een gebrek in het geding is, rijst de vraag naar de contractueel bepaalde grenzen van deze controleverplichting. In een recente uitspraak bevestigde de Bundesgerichtshof (BGH) dat “een koper de geleverde waren dient te controleren, voor zover dit naar normale maatstaven haalbaar is”. Echter moet “een in het Duitse Wetboek van Koophandel (HGB) vereiste controle niet van dergelijke omvang en intensiteit zijn, dat deze werkelijk alle in overweging genomen gebreken bevat”.
Clausule verliest geldigheid

Wat was er gebeurd? De verkoper leverde voedervet aan de kopende partij. Bij deze transactie waren de volgende Algemene Voorwaarden van de leverancier van toepassing:

  1. “De koper dient bij gebreken, die in het kader van een sensorische toets, dus bijvoorbeeld door ruiken, proeven, tasten, zien of horen, worden geconstateerd, na lossing van de koopwaar deze onmiddellijk of meteen de volgende werkdag per fax of e-mail af te keuren. Dit is ook van toepassing bij een aanvaarding van de koopwaar in de fabriek of het magazijn.”
  2. “De koper moet bij gebreken, die in het kader van een sensorische controle niet te constateren zijn, met name bij afwijkingen van overeengekomen specificaties, na lossing onmiddellijk of meteen binnen twee werkdagen de monsters aan een onafhankelijke deskundige sturen met als doel deze monsters te analyseren. Het resultaat van deze test dient de koper dan een dag nadat hij kennis genomen heeft van dit resultaat, aan de leverancier doorgeven.”

Tijdens onderzoek door de verkopende partij werd in het voedervet – waarmee veehouders en veevoerbedrijven inspelen op de grote vraag naar melkvet – een te hoog dioxinegehalte geconstateerd. Vervolgens gelastte de bevoegde instantie de verwerking van het belaste voedervet stop te zetten, eventuele resten te vernietigen en een lijst van met het product bevoorrade klanten door te geven. De koper van zijn kant startte een procedure op tegen de verkopende partij, om de ontstane vervolgkosten vergoed te krijgen. Met succes. De verkoper ging in cassatie tegen dit vonnis.

Vergeefs. De BGH oordeelde dat de tweede clausule in de Algemene Voorwaarden wegens onbillijke benadeling van de koper zijn geldigheid verliest. Bij de meest klantonvriendelijke interpretatie namelijk is volgens de rechters deze passage in de Algemene Voorwaarden van de verkoper zo te beschouwen, alsof iedere levering door een onafhankelijke deskundige onderzocht zou moeten worden, om het even of een gebrek vermoed wordt of niet. En dit is volgens de BGH niet in overeenstemming met de essentiele beginsels van het handelsrecht.

Heeft u vragen over Algemene Voorwaarden en controleverplichting bij toelevering in Duitsland, neem dan contact op met Udo Croonenbrock.

 

  • gepubliceerd : vrijdag, 09 februari 2018