Werkloon is pas opeisbaar na betaling van de verplichte premies

Een onderaannemer moet de premies voor de openbare fondsen betalen. Doet hij dit niet, mag zijn opdrachtgever volgens de Bundesgerichtshof betaling van werkloon weigeren

Werkloon is pas opeisbaar na betaling van de verplichte premies

Contracten met onderaannemers betekenen vaak bijzondere risico’s voor een hoofdaannemer. Hij moet er onder andere voor instaan dat zijn onderaannemer de premies voor de sociale verzekering en de andere obligatoire openbare fondsen betaalt. In de desbetreffende modellen voor contracten met onderaannemers zijn vandaar meestal clausules opgenomen, met behulp waarvan een hoofdaannemer zich tegenover zijn onderaannemer tegen zulke risico’s indekt.

In alle regel legt in Duitsland een hoofdaannemer in een contract met zijn onderaannemer vast dat de onderaannemer slechts dan recht op betaling voor zijn diensten heeft, als hij kan aantonen dat hij zijn premies aan de obligatoire openbare fondsen heeft afgedragen. Als de onderaannemer niet aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan en dus niet beschikt over een verklaring van geen bezwaar van de kant van de genoemde fondsen, mag de hoofdaannemer betaling ook in geval van faillissement weigeren. Dit werd onlangs door een uitspraak van de Bundesgerichtshof (BGH) bevestigd. 

In het concrete geval heeft de onderaannemer zijn prestatie volledig en zonder gebreken voltooid en een eindafrekening gestuurd. Maar de bouwondernemer weigert de betaling, gezien zijn onderaannemer de verklaringen van geen bezwaar niet kan voorleggen, omdat hij de bijdragen niet heeft betaald. Hij beroept zich hierbij op de volgende clausule (beknopt) in de overeenkomst met zijn onderaannemer: “Aanspraak op zijn werkloon heeft de onderaannamer pas dan, als hij de verklaringen van geen bezwaar door het Finanzamt, de SOKA-Bau, de ziektekostenverzekeraar en zijn beroepsvereniging kan overhandigen. Zolang dit niet gebeurt, is de opdrachtgever gerechtigd, de betaling van werkloon geheel of gedeeltelijk in te houden, ook al is de contractueel overeengekomen prestatie reeds geleverd.”

Faillissement verandert niets aan contractuele verplichtingen

Is de weigering van de hoofdaannemer de eindafrekening te betalen terecht, omdat de onderaannemer zijn contractuele verplichtingen niet is nagekomen? Verandert er iets aan de situatie, indien er tegen de onderaannemer inmiddels een faillissementsprocedure is opgestart en de curator betaling van de eindafrekening eist? De Bundesgerichtshof komt tot de slotsom dat de in het contract opgenomen clausule inzake de verplichting van de onderaannemer, om de boven genoemde verklaringen van geen bezwaar voor te leggen, zonder meer geldig is. Ondanks het feit, dat de prestatie volledig en zonder gebreken is geleverd, moet de hoofdaannemer pas dan betalen, als de onderaannemer aan zijn contractuele verplichtingen heeft voldaan. Zolang aan deze voorwaarden niet is voldaan, is de hoofdaannemer gerechtigd de betaling in te houden.

Ook het opstarten van een faillissementsprocedure verandert hier niets aan, aldus de rechters. De onderaannemer moet de contractueel overeengekomen aanspraken van zijn debiteur, zoals deze ten tijde van het opstarten van de faillissementsprocedure hebben bestaan, accepteren.

Heeft u vragen over bouwrecht in Duitsland, neem dan contact op met Udo Croonenbrock.

 

  • gepubliceerd : maandag, 10 juli 2017