maandag, 06 maart 2017

Wanneer is het recht op betaling van een eindafrekening verbeurd?

De aanspraak van een opdrachtnemer op vereffening van zijn eindafrekening is verbeurd, als tussen voltooiing van het project en het versturen van de eindfactuur “erg veel tijd” ligt

Wanneer is het recht op betaling van een eindafrekening verbeurd?

Heeft een opdrachtnemer van een bouwproject niet binnen 3 jaar een afsluitende factuur naar zijn opdrachtgever gestuurd is zijn vordering verbeurd, en wel te rekenen vanaf het eind van het jaar, waarin de vordering voldaan had moeten worden.

In een concreet geval bevestigde het Oberlandesgericht Schleswig deze zienswijze onlangs door een uitspraak. Terwijl het Duitse Burgerlijk Wetboek de betaling van een factuur als opeisbaar acht op het moment dat de bouwprestatie is opgeleverd en aanvaard, is in het contract van de Duitse bouwverordening VOB daarenboven uitdrukkelijk bepaald, dat de opdrachtnemer ten bate hiervan een afsluitende factuur naar zijn opdrachtgever moet hebben gestuurd. Wel is het de vraag of deze bepaling zonder enige uitzondering van toepassing is.

De toedracht: De contractpartijen sluiten een overeenkomst in overeenstemming met de Duitse verordening “Vergabe- und Vertragsordnung für Bauleistungen” (VOB). Omdat de opdrachtnemer na voltooiing van het bouwproject ondanks een door zijn opdrachtgever verleend respijt verzuimt aan zijn verplichting te voldoen, hem binnen gebruikelijk tijdsbestek een eindafrekening te sturen, zet de opdrachtgever de afsluitende factuur naar eigen inzicht op en stuurt deze naar de opdrachtnemer. Hierop volgt weer geen reactie. Wel stuurt de opdrachtnemer in kwestie 6 jaar na beëindiging van de werkzaamheden zijn afsluitende factuur.

Verjaring

De opdrachtgever tekent hiertegen verweer aan en argumenteert met het moment van verjaring. De opdrachtnemer beweert vervolgens dat hij de door de opdrachtgever opgemaakte plaatsvervangende eindafrekening nooit heeft ontvangen en daarom de opeisbaarheid van het bedrag pas is begonnen vanaf het tijdstip waarop de opdrachtgever zijn factuur bezorgd kreeg. Van verjaring kan zijns inziens dan ook geen sprake zijn.

Het Oberlandesgericht Schleswig stelt de opdrachtgever in het gelijk. Hoewel deze natuurlijk niet kan bewijzen dat de opdrachtnemer als adressaat van de door hem gestuurde plaatsvervangende eindafrekening heeft ontvangen, is de vordering van de opdrachtnemer definitief op verbeurte van zijn rechten vergaan. Verbeurd zijn de aanspraken van een opdrachtnemer, als tussen de voltooiing van de werkzaamheden en het versturen van de eindfactuur “erg veel tijd” is verstreken; wat met 6 jaar in bovengenoemde kwestie ongetwijfeld het geval is. Bovendien mocht de opdrachtgever in dit geval door de ongeïnteresseerde houding van de opdrachtnemer er van uitgaan, dat deze zijn vordering niet meer te gelde wilde maken. En wel omdat de opdrachtnemer noch op de sommatie van de opdrachtgever, een eindafrekening te sturen reageerde, noch in de jaren die volgden betaling eiste.     

Heeft u vragen over bouwrecht in Duitsland, neem contact op met Udo Croonenbrock.