Opzegging VOB-contract “om gegronde redenen” gerechtvaardigd

maandag, 08 mei 2017

Als de vertrouwensrelatie met een opdrachtnemer nadrukkelijk verstoord is mag een opdrachtgever het bouwcontract met zijn opdrachtnemer eenzijdig opzeggen

Opzegging VOB-contract “om gegronde redenen” gerechtvaardigd

De opdrachtgever van een bouwproject die zijn contract overeenkomstig de Duitse algemene bouwvoorwaarden VOB/B met zijn opdrachtnemer opzegt, is hiertoe gerechtigd als de vertrouwensrelatie met zijn opdrachtnemer nadrukkelijk verstoord is.

En wel door toedoen van de opdrachtnemer. Tot deze slotsom kwam onlangs het Oberlandesgericht Stuttgart. De rechter verklaarde een buitengewone opzegging op staande voet door een opdrachtgever rechtsgeldig, die deze als opzegging “om gegronde redenen” beredeneerd had.

De toedracht: een installateur heeft in het kader van een VOB-contract de opdracht werkzaamheden aan vluchtwegen in een schoolgebouw uit te voeren. Alvorens met het werk te beginnen stuurt hij alvast een factuur ter hoogte van € 80.000,01 voor het benodigde materiaal naar zijn opdrachtgever. Die weigert te betalen, maar verklaart wel dat hij bereid is te betalen op het moment dat de opdrachtnemer door levering van het materiaal op de bouwplaats aantoont met de uitvoering van de opdracht te willen beginnen. Zonder hier verder op in te gaan houdt de opdrachtnemer voet bij stuk en eist betaling van de factuur, alvorens met de uitvoering van de werkzaamheden te beginnen. Deze houding is uiteindelijk voor de opdrachtgever aanleiding genoeg het contract “om gegronde redenen” op staande voet op te zeggen.

Opzegging legitiem

Terecht, oordeelt aan het eind van een gerechtelijke procedure het Oberlandesgericht Stuttgart –voorondersteld dat door de opzettelijke houding van de opdrachtnemer het doel van de overeenkomst zo zeer op de tocht komt te staan “dat een voortzetting ervan voor de opdrachtgever niet langer draaglijk is”. In dit geval, aldus de rechtbank, is er sprake van zo’n “gegronde reden”. Want de opdrachtnemer had immers verklaard de overeengekomen prestatie alleen dan uit te willen voeren, als hij de door hem geeiste deelbetaling zou ontvangen, hoewel hij hier geen recht op had. Een zulke houding, aldus het Oberlandesgericht, voedt twijfels of de opdrachtnemer zich in de toekomst wel contracttrouw zal tonen.

Heeft u vragen over bouwrecht in Duitsland, neem dan contact op met Udo Croonenbrock.