Nederland en Duitsland sluiten nieuw belastingverdrag

Nederland en Duitsland hebben op 12 april jl. een nieuw belastingverdrag ondertekend. Dit verdrag, dat nog door de parlementen van beide landen moet worden geratificeerd, vormt een integrale herziening van het verdrag daterend van 1959. Het nieuwe verdrag zal naar verwachting op 1 januari 2014 in werking treden.

Een belangrijk aspect van het herziene belastingverdrag is de definitie en behandeling van de zogenaamde vaste inrichting. Hierin is de bepaling opgenomen dat de uitvoering van een bouwwerk of van constructie- of installatiewerkzaamheden alleen dán een vaste inrichting vormt, als deze langer duurt dan twaalf maanden.

Nader uitgewerkt is in het protocol van de zojuist ondertekende overeenkomst, hoe de duur van twaalf maanden moet worden toegepast. In het nieuwe verdrag is overigens expliciet opgenomen dat winstcorrecties door een staat niet tot dubbele belasting mogen leiden.

Voor Nederlandse ondernemers én grensgangers houdt het herziene belastingverdrag een reeks nieuwe regelingen in, bijvoorbeeld op het gebied van een grensoverschrijdend bedrijventerrein, deelnemingsdividenden, fiscale compensaties voor grensarbeiders, directeursbeloningen en pensioenen. Maar ook in het bestaande verdrag komen vraagstukken aan de orde, waarmee Nederlandse ondernemers met activiteiten in Duitsland steeds weer worden geconfronteerd, bijvoorbeeld met de door de Duitse fiscus gehanteerde definitie van een vaste inrichting alsmede de 183-dagen-regeling voor buitenlandse werknemers. 

De fiscale vaste inrichting Duitsland is heffingsbevoegd als uw werkzaamheden worden aangemerkt als een fiscale vaste inrichting. Anders dan het woord „vast“ doet vermoeden gaat het niet alleen om de vraag of u in Duitsland kantoor houdt of een werkplaats heeft, maar om de vraag hoe structureel u in Duitsland werkt. Een fiscale vaste inrichting ontstaat bij voorbeeld als u langer dan een jaar aan een Duits project werkt  of meerdere projecten (die met elkaar in verband staan) en bij elkaar opgeteld langer dan twaalf maanden duren. Ook via een zgn. vaste vertegenwoordiger kunt u in Duitsland belastingplichtig worden. De vaste vertegenwoordiger is een persoon die namens uw bedrijf is gerechtigd in Duitsland contracten voor u af te sluiten en dit ook doet. Als u bij voorbeeld een contract met een Duits bedrijf sluit en boven de handtekeningenlijst zowel bij de opdrachtgever als de opdrachtnemer een Duitse plaatsnaam staat, betekent dit dat de overeenkomst in Duitsland is tot stand gekomen. Voor de fiscus een sterke aanwijzing dat er sprake is van belastingplicht in Duitsland. Is er sprake van een fiscale vaste inrichting dan heeft dit de nodige consequenties.

a) u moet over uw winst in Duitsland vennootschapsbelasting betalen (15%)
b) u moet in Duitsland Gewerbesteuer betalen (13-15%)
c) u betaalt btw volgens het Duitse Umsatzsteuergesetz 
d) uw medewerkers worden in Duitsland loonbelastingplichtig en verliezen (gedeeltelijk) de Nederlandse hypotheekrenteaftrek .

Vooral het laatste is een zuur gelag. Het financiële huishouden van de gemiddelde Nederlander is immers gebouwd op deze aftrek. Ook bestaat de mogelijkheid van stalling van deze aftrekpost tot dat de werknemer weer in Nederland belastingplichtig wordt, de directe gevolgen zullen zijn dat de werknemer van u bedrijf compensatie eist omdat hij immers op uw gezag in Duitsland aan de slag is gegaan. Een andere mogelijkheid is het compensatie van de Nederlandse fiscus te verkrijgen.

183-dagen-regeling

De werknemer kan trouwens ook nog op een andere manier in Duitsland belastingplichtig worden. Verblijft hij binnen een tijdsbestek van 12 maanden meer dan 183 dagen in Duitsland, zo wordt hij eveneens via het belastingverdrag in Duitsland belastingplichtig met alle gevolgen van dien. Hierbij gaat het nadrukkelijk niet om werkdagen maar verblijfsdagen, wat een groot verschil kan uitmaken. Hoe komt de fiscus nu achter het feit of een bedrijf een fiscale vaste inrichting in Duitsland heeft of iemand meer dan 183 dagen aldaar verblijft? Het antwoord is simpel. Immers, in het  aanmeldingsformulier heeft u zelf aangegeven hoelang uw bedrijf in Duitsland actief zal zijn en via de melding van de betrokken werknemers kan de fiscus ook de 183 dagen regeling controleren. Bent u betrokken bij een groot project, zoals het opzetten van een fabriek of een (woningbouw)project dat over een periode van meerdere jaren loopt, dan is het aannemelijk dat u vroeg of laat als fiscale vaste inrichting wordt beschouwd. Geeft u in uw eerste melding volgens het Arbeitnehmer-Entsendegesetz aan dat u de duur van het project inschat op meer dan twaalf maanden, dan vindt de Duitse fiscus dit zeer prettig en noteert hij u onmiddellijk als vaste inrichting.

Heeft u vragen over de fiscale gevolgen van een vaste inrichting in Duitsland of de 183-dagen-regeling voor buitenlandse werknemers, neem dan contact op met Alexander Crämer of Christian Theissen.

  • gepubliceerd : woensdag, 18 april 2012