Oprichten van een bedrijf

Het Duitse civiele recht en handelsrecht bevatten verscheidene rechtsvormen, waaruit de ondernemer met het oog op zijn activiteiten kan kiezen. Afhankelijk van de grootte van de firma, het aantal partners of de gewenste beperking van de aansprakelijkheid heeft hij naast de Einzelfirma de keus tussen een personen- of een kapitaalvennootschap. Voorbeelden van personenvennootschappen zijn de Gesellschaft bürgerlichen Rechts (GbR), de Offene Handelsgesellschaft (oHG) en de Kommanditgesellschaft (KG). Tot de kapitaalvennootschappen worden gerekend: de Unternehmergesellschaft haftungsbeschränkt (UG haftungsbeschränkt) , de Gesellschaft mit beschränkter Haftung (GmbH) en de Aktiengesellschaft (AG).

De GmbH is bij het middenbedrijf de meest populaire bedrijfsvorm. Zij is te vergelijken met de Nederlandse BV en is voornamelijk geschikt als rechtsvorm voor dochtervennootschappen van buitenlandse vennootschappen in Duitsland. De GmbH is een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid met een in aandelen verdeeld kapitaal. Crediteuren van de GmbH hebben slechts verhaal op het vennootschapsvermogen. Oprichting kan door één persoon geschieden en er is een stamkapitaal vereist van tenminste 25.000 euro. Afwijkend van Nederlands recht moet de leiding van een GmbH in handen van een natuurlijk persoon liggen. Het is dus niet mogelijk, zoals in Nederland te doen gebruikelijk, de directievoering van een GmbH aan een BV over te laten.

Een GmbH is in Duitsland belastingplichtig, naast een vennootschapsbelasting van 15 procent moet er al naar gelang de gemeente waar het bedrijf gevestigd is gemiddeld nog zo’n 14 procent “Gewerbesteuer” afgedragen worden. Het kapitaalgenootschap wordt belastingplichtig, zodra de oprichting notarieel gepasseerd is. Met onmiddelijke ingang moet dan de boekhouding volgens de Duitse voorschriften toegepast worden. Dit geldt ook voor de maandelijkse vooraanmelding belastingen en de jaarafsluiting.