Arbeitnehmerüberlassung

Het bedrijfsmatig ter beschikking stellen van werknemers is in Duitsland in de wet inzake de terbeschikkingstelling van werknemers (uitzendkrachten) geregeld (Gesetz zur Regelung der gewerbsmäßigen Arbeitnehmerüberlassung, AÜG). In principe is voor het uitlenen van werknemers in Duitsland een vergunning nodig. Ontbreekt deze vergunning (Arbeitnehmerüberlassungserlaubnis) komt het tot een rechtstreekse arbeidsverhouding tussen inlener en uitzendkracht en dreigen er hoge boetes voor alle betrokken partijen.

Wettelijk geregeld is onder meer sinds 2011 dat werknemers die in de afgelopen zes maanden bij een onderneming in dienst waren, na hun ontslag niet tegen slechtere voorwaarden mogen worden uitgeleend aan hun voormalige werkgever (“draaideurconstructie”). Een ander gevolg van deze regeling is, dat zowel de uitlener als de inlener bij een grensoverschrijdende Arbeitnehmerüberlassung aan dezelfde meld- en documentatieverplichtingen moet voldoen, die tot nu toe alleen met betrekking tot het Arbeitnehmer-Entsendegesetz, met name in de bouwsector, van toepassing waren. Dientengevolge moet de inlener de tewerkstelling van uitzendkrachten in Duitsland vooraf middels een speciaal formulier melden. De buitenlandse (Nederlandse) uitlener moet deze aanmelding een verklaring bijvoegen, dat hij het wettelijk minimumloon in acht neemt. Daarnaast moet de inlener dagelijks begin, duur en einde van de werktijden documenteren.

Om te kunnen controleren, of de buitenlandse uitlener zijn uitzendkrachten daadwerkelijk het minimumloon betaalt, eist de douane bovendien van de uitlener dat hij actuele Duitstalige loonstroken en Duitstalige arbeidsovereenkomsten ter inzage beschikbaar stelt. Deze documenten moeten tijdens werkzaamheden in Duitsland steeds beschikbaar zijn en daarna minstens 2 jaar worden opgeslagen. Overtredingen tegen deze verordening of tegen de meldplicht kunnen de inlener en/of de uitlener een boete tot € 30.000 gaan kosten.