Vennootschapsbelasting

De vennootschapsbelasting wordt naar het belastbaar inkomen berekend. Het belastbaar inkomen is het inkomen in de zin van de wet op inkomsten- en vennootschapsbelasting. De Körperschaftsteuer is de belasting op het inkomen van rechtspersonen, zoals de vennootschapsbelasting. Net als de inkomstenbelasting is de Körperschaftsteuer hiermede een persoonsgebonden belasting. Ten aanzien van de inkomstenbelasting vertoont zij echter wezenlijke verschillen. Met name geldt er een ander tarief en wordt de persoonlijke draagkracht in tegenstelling tot de inkomstenbelasting in beginsel niet in aanmerking genomen. Onbeperkt belastingplichtig ten aanzien van de vennootschapsbelasting zijn:

  • Kapitaalvennootschappen (AG, GmbH, KG a. A.)
  • Handels- en economische coöperaties
  • Verzekeringsverenigingen
  • Overige juridische personen van het privaatrecht
  • Verenigingen
  • Industriële bedrijven van het openbaar recht

waarvan de bedrijfsleiding of de zetel zich in het binnenland bevindt. De onbeperkte belastingplicht heeft betrekking op alle inkomsten van een vennootschap.

Beperkt belastingplichtig ten aanzien van de vennootschapsbelasting zijn vennootschappen waarvan de bedrijfsleiding, noch de zetel zich in het binnenland bevindt met hun binnenlandse inkomsten.

De vennootschapsbelasting is een jaarlijkse belasting. De basis voor de vaststelling ervan moet telkens voor een jaar worden vastgesteld. Bij belastingplichtigen die verplicht zijn de boeken volgens de voorschriften van het HGB te voeren, moet de winst volgens het boekjaar worden vastgesteld, waarvoor zij regelmatig jaarrekeningen opstellen. Wijkt bij de belastingplichtige het boekjaar van het kalenderjaar af, dan geldt de winst uit het bedrijf als in dat jaar behaald, waarin het economisch jaar eindigt.

Wat als inkomen geldt en hoe het inkomen moet worden vastgesteld, wordt bepaald aan de hand van de inkomstenbelastingwet en de vennootschapsbelastingwet. Bij belastingplichtigen die verplicht zijn de boeken volgens de voorschriften van het HGB te voeren, moeten alle inkomsten als inkomsten uit bedrijven worden behandeld.

De vennootschapsbelasting bedraagt 15 % van het belastbare inkomen. Het belastingvrij bedrag voor bepaalde vennootschappen bedraagt € 5.000 voor vennootschappen, stichtingen en vermogen, die met hun diensten bij de ontvangers niet tot inkomsten uit kapitaal, bezit van aandelen, geld of waardepapieren leiden.