De Duitse omzetbelasting

De voor buitenlandse ondernemers bevoegde Duitse belastingdienst in Kleve let er sinds enige tijd goed op, dat Nederlandse ondernemers op de juiste wijze hun omzetbelasting afdragen voor zover Duitsland het heffingsrecht heeft. De Duitse omzetbelasting bedraagt 19 %, voor producten als levensmiddelen en boeken geldt een gereduceerd percentage van 7 %. De vraag is alleen wanneer precies je als Nederlandse ondernemer in Duitsland omzetbelasting moet betalen.

  1. Stel een Nederlandse ondernemer koopt goederen bij een Duitse ondernemer A en verkoopt de spullen rechtstreeks door aan een andere Duitser, aan ondernemer B. Zij worden door de Duitse ondernemer A rechtstreeks, zonder dat ze fysiek de grens over gaan, aan de klant van de Nederlander geleverd, aan ondernemer B. Welke ondernemer moet zijn rekening met omzetbelasting schrijven? Het juiste antwoord luidt: beide leveringen moeten met BTW worden gefactureerd. Waarom? Wel, een ABC-transactie als deze kent een roerende en een onroerende levering.

    Bij de eerste levering (roerend) van de Duitse ondernemer A aan de Nederlandse ondernemer is de plaats van levering daar, waar de levering begint, en dat is Duitsland. Voor deze transactie moet Duitser A een rekening met omzetbelasting schrijven. Bij de tweede levering (onroerend) door de Nederlander aan de Duitse ondernemer B is de plaats van levering daar, waar de levering eindigt, en dat is ook weer Duitsland. Beide transacties zijn dus omzetbelastingplichtig, bovendien moet de Nederlandse ondernemer zich hiervoor bij de Belastingdienst in Kleve aanmelden en een belastingnummer aanvragen.
  2. Stel een Nederlandse ondernemer koopt bij de Duitse ondernemer A en verkoopt meteen door aan de Duitse ondernemer B. Maar die haalt de spullen, die hij bij de Nederlander gekocht heeft, wel zelf af bij de oorspronkelijke leverancier van de Nederlander: bij de Duitse ondernemer A. Ook in dit geval moeten beide facturen met omzetbelasting uitgevaardigd worden. Bij de eerste levering (onroerend) van de Duitse ondernemer A aan de Nederlandse ondernemer is de plaats van levering daar, waar de levering begint, en dat is Duitsland. Voor deze transactie moet Duitser A een rekening met omzetbelasting schrijven. Bij de tweede levering (roerend) door de Nederlander aan de Duitse ondernemer B is de plaats van levering ook daar, waar de levering begint, en dat is weer Duitsland. Beide transacties zijn dus omzetbelastingplichtig, bovendien moet de Nederlandse ondernemer zich hiervoor bij de Belastingdienst in Kleve aanmelden en een belastingnummer aanvragen.
  3. Stel een Nederlandse ondernemer koopt bij de Duitse ondernemer A en verkoopt meteen door aan de Duitse ondernemer B. Maar omdat hij niet wil dat zijn klant (B) weet, waar de goederen vandaan komen, vervoert hij als afnemer van A de koopwaar zelf naar zijn klant, de Duitse ondernemer B. Ook in dit geval moeten beide facturen met omzetbelasting uitgevaardigd worden. Bij de eerste levering (roerend) van de Duitse ondernemer A aan de Nederlandse ondernemer is de plaats van levering daar, waar de levering begint: Duitsland. Voor deze transactie moet Duitser A een rekening met omzetbelasting schrijven. Bij de tweede levering (onroerend) door de Nederlander aan de Duitse ondernemer B is de plaats van levering daar, waar de levering eindigt, en dat is ook weer Duitsland. Beide transacties zijn dus omzetbelastingplichtig, bovendien moet de Nederlandse ondernemer zich hiervoor bij de Belastingdienst in Kleve aanmelden en een belastingnummer aanvragen.