Stagiaire claimt recht te hebben op minimumloon

Stagiaire claimt recht te hebben op minimumloon

Een stagiaire spande een rechtszaak aan tegen haar stagebedrijf en stelde dat zij recht had op het minimumloon.

Een stagiaire was met een manegehouder een stage overeengekomen ter oriëntatie op een beroepsopleiding tot paardenfokker. Afgesproken werd dat de stage drie maanden zou duren en dat de stagiaire hiervoor geen stagevergoeding zou krijgen. De stagiaire moest haar stage een paar keer onderbreken wegens ziekte en vakantie. Ze sprak tevens met de manegehouder af dat ze niet meteen na haar vakantie terug zou keren om haar stage af te maken, maar op een later moment, zodat zij ook snuffelstages kon lopen bij andere maneges in de buurt.
 

Haar stage begon op 6 oktober 2015 en eindigde op 25 januari 2016: een iets langere periode dan drie maanden. Volgens de Duitse wet hebben stagiaires geen aanspraak op het minimumloon, indien zij ter oriëntatie op een beroepsopleiding niet langer dan 3 maanden stage lopen. De stagiaire beweerde na afloop van haar stage dat zij recht had om het minimumloon, omdat zij langer dan drie maanden stage had gelopen.

Zij klaagde de manegehouder aan en eiste dat hij 5491,00 euro bruto aan haar zou betalen. Uiteindelijk heeft het Bundesarbeitgericht zich uitgelaten over deze zaak. Volgens het Bundesarbeitsgericht heeft de stagiaire geen aanspraak op de geëiste betaling, omdat zij stage liep ter oriëntatie op een beroepsopleiding en haar stage wegens de onderbrekingen (ziekte, vakantie en snuffelstages) niet langer heeft geduurd dan drie maanden.

 

Wilt u weten of het aannemen van stagiaires financiële gevolgen voor uw bedrijf kan hebben? Neem dan contact op met Gisela Surmann, Anja D. Romijnders of Torsten W. Viebahn.

 

  • gepubliceerd : dinsdag, 01 oktober 2019