Rechtbank zeikt SOKA-Bau af

Nederlandse ondernemers hebben in het verleden onterecht premies aan het Duitse vakantiefonds voor de bouwnijverheid SOKA-Bau betaald. Wat te doen? Een “roadmap”

Rechtbank zeikt SOKA-Bau af

De machtspositie van de „Sozialkassen der Bauwirtschaft“ (SOKA-Bau) was in het verleden onaantastbaar, maar brokkelt nu ineens dramatisch af. Reden hiervoor is dat het Bundesarbeitsgericht (BAG) een aantal weken geleden met twee uitspraken de algemeen verbindendverklaringen van een bouw-CAO voor de periode tussen oktober 2007 en december 2011 en voor het gehele kalenderjaar 2014 heeft opgeheven.

Deze stroken volgens de rechters niet met de juridische richtlijnen van de CAO-wetgeving. De uitspraak betreft naar schatting tussen de 700.000 en twee miljoen dienstbetrekkingen.

Iedereen die in de Duitse bouwbranche onderweg is kent het Duitse vakantiefonds met zijn financiële implicaties voor werkgevers. Doel van de SOKA Bau-heffingen is het veiligstellen van het vakantiegeld voor bouwvakkers in Duitsland. Betaald worden de premies door de werkgever en wel ter hoogte van 14,5% van het bruto loon van de werknemer. Zo menig Nederlands bedrijf dat op de Duitse markt activiteiten ontplooit stond in het verleden versteld van de hoogte van vorderingen en verzuimtoeslagen, die SOKA-Bau presenteerde. En hoe snel deze organisatie tot dagvaarding overgaat. 

Onverwachte vorderingen

Juridisch onderbouwd is de taakvervulling van SOKA-Bau door de door de CAO-partijen afgesloten collectieve arbeidsovereenkomsten. En die worden door het Duitse Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid algemeen verbindend verklaard. Deze algemeen verbindendverklaring verplicht overigens niet alleen de aan een CAO gebonden bedrijven tot betaling van de premies aan SOKA-Bau, maar alle werkgevers van de branche. De CAO’s hebben hierdoor min of meer wettelijke status.

De jaarlijks tienduizenden procedures voor de bevoegde rechtbanken hebben aangetoond dat SOKA-Bau werkgevers quasi met terugwerkende kracht met veelal onverwachte vorderingen confronteert, vooral ook omdat de CAO’s en de algemeen verbindendverklaringen naar Nederlandse maatstaven een veel bredere groep werkgevers betreffen dan alleen die in de bouwbranche; Nederlandse bedrijven die in Nederland onder een metaal-CAO vallen en in Duitsland projecten uitvoeren, vallen in Duitsland zonder dat het hun meteen bewust is onder een bouw-CAO. En van toepassing is in dit geval nu eenmaal niet de Nederlandse, maar de Duitse CAO.

Kans op terugbetaling?

Nu de algemeen verbindendverklaring van de CAO’s nietig is verklaard heeft dit tot gevolg dat veel bedrijven, die niet aan een bouw-CAO gebonden zijn, tussen oktober 2007 en december 2011 en voor het gehele kalenderjaar 2014 premies hebben afgedragen die zij niet hadden hoeven te betalen (voor 2012 en 2013 is de procedure nog aanhangig, uitspraak volgt binnenkort). En dit zou wel eens kunnen betekenen dat de bedrijven in kwestie aanspraak kunnen maken op terugbetaling.

En wat betekent dit allemaal in de praktijk? Allereerst moeten lopende procedures met betrekking tot de bovengenoemde periodes onmiddellijk worden geseponeerd. Ten tweede zijn binnenkort soortgelijke uitspraken te verwachten m.b.t. de jaren 2012 en 2013. Nederlandse ondernemers die m.b.t. deze jaren in discussie zijn met SOKA-Bau, moeten dan ook de komende uitspraken van het BAG  goed in de gaten houden. Ten derde verdient het aanbeveling voor iedereen die in het verleden SOKA-Bau-premies heeft betaald eens te toetsen, of hij aanspraak kan maken op terugbetaling. Wie wil weten hoe zijn positie in deze momenteel is, doet er goed aan bij een Duitse rechtsbijstand om advies aan te kloppen. Want de verjaringstermijnen lopen.

Wilt u meer weten over bouwwerkzaamheden met personeel in Duitsland en vraagstukken i.v.m. het vakantiefonds SOKA-Bau, neem dan contact op met Nicki Welchering.

 

  • gepubliceerd : Montag, 07 November 2016